De ophef over Jetten gaat niet over Jetten

232 berichten van de premier en D66 blijken met AI geschreven. De verontwaardiging die daarop volgde gaat maar voor een klein deel over Jetten. De rest is hetzelfde ongemak als in 1998, toen mensen op straat het nut van een mobiele telefoon niet inzagen. Wat blijft er over als je dat ongemak eraf haalt? En welke regel geldt over vijf jaar nog steeds?

Een bureau bij nacht onder een enkele lamp. Een mobiele telefoon uit de jaren 90 met uitgeklapte antenne ligt naast een moderne smartphone, beide schermen donker. Op de achtergrond onscherp een notitieblok en een kop koffie.

Afgelopen donderdag stond het in de krant

De Volkskrant analyseerde 1.812 berichten van premier Rob Jetten en D66 vanaf 2021 met de AI-detector Pangram, onder toezicht van drie experts. Daarvan kwamen er 232 terug als geschreven met een taalmodel, 68 op de accounts van Jetten zelf en 164 op die van de partij. Vanaf 4 juni 2025, de dag na de val van het kabinet Schoof, ging het om ongeveer 30 procent van de onderzochte berichten. Als controle bekeken ze bijna 700 berichten van vóór ChatGPT bestond. Daarvan kreeg er niet één het label.

Wat daarna kwam was voorspelbaar. Robo Jetten. Wie zien we hier eigenlijk. Is dit de premier of een chatbot.

En ergens zit een ondernemer die vorige maand eindelijk dacht: ik ga het proberen, ik heb genoeg te vertellen en ik krijg het alleen nooit op papier. Die leest dit en denkt: laat maar zitten.

Dat is zonde, want het grootste deel van die verontwaardiging gaat helemaal niet over Jetten.

In 1998 zag niemand het nut van een mobiele telefoon

In 1998 stond Frans Bromet met een camera op straat en vroeg mensen of ze behoefte hadden aan mobiel bellen. Ze vonden van niet. Waarom zou je bereikbaar willen zijn als je boodschappen doet. Wie moet je nou spreken als je in de trein zit. Het fragment is in Nederland beroemd geworden, precies omdat het zo ongemakkelijk terugkijkt.

Niemand in dat fragment was dom. Ze beschreven eerlijk wat ze op dat moment zagen: een duur apparaat voor mensen die zichzelf erg belangrijk vinden. Dat het ding later iets heel anders zou worden, was op dat moment niet te zien.

Zo kijk je nu naar AI die teksten schrijft. En de cijfers zeggen dat je niet laat bent maar vroeg. CBS meette over 2024 dat 22,7 procent van de bedrijven met 10 of meer medewerkers AI-technologie gebruikte, bijna 9 procentpunt meer dan in 2023. De categorie waar dit artikel over gaat, het automatisch genereren van taal, zat op 12,3 procent en verdrievoudigde bijna in één jaar. Bij de kleinste bedrijven, 10 tot 19 medewerkers, ging het om 17,8 procent. Ruim vier op de vijf van je soortgenoten is dus nog niet begonnen.

Eén ding klopt er niet aan deze vergelijking en dat schrijf ik liever zelf op dan dat je het zelf bedenkt. Bromet krijgt gelijk omdat de mobiele telefoon het gehaald heeft. Daar kom ik onderaan op terug.

Haal het ongemak eraf en er blijft iets over

Als adoptie het hele verhaal was, zou de conclusie zijn: rustig maar, over vijf jaar kraait er geen haan meer naar. Dat geloof ik niet, want dan zouden de excuses aan de Molukse gemeenschap ook prima zijn geweest.

Kijk naar welke berichten de meeste reacties opriepen. Niet de berichten over een subsidieregeling of een debat. Het waren de oorlog in Oekraïne, de herdenking van de MH17-ramp en die excuses. In 41 van de 68 berichten op zijn persoonlijke accounts stond het woord ik.

Daar zit het verschil. Het loopt niet tussen mens en machine maar tussen twee soorten tekst.

Bij een bericht over een regeling kun je beslissen of het klopt. Je weet wat de regeling doet, je leest de tekst na, je haalt eruit wat niet waar is. Het formuleren is dan het enige wat je weggeeft en dat is precies wat een tekstschrijver vroeger ook deed.

Bij een herdenking is er niets om na te lezen. Het materiaal is het gevoel zelf. Je kunt geen medeleven aanleveren dat iemand anders daarna in mooie zinnen zet, want dan zijn de zinnen alles wat er is. Een hoogleraar zei het in het NOS-artikel scherper dan ik het kan: een taalmodel maakt een soort wenselijke emotie, niet per se wat je echt voelt.

Dat is geen preutsheid van 2026 die vanzelf overgaat. Een lezer die merkt dat het gevoel niet van jou was, voelt zich bedonderd, of hij dat nu in 2026 merkt of in 2031.

Elk getal komt uit je eigen meting of uit een bron die je nakeek

Dan blijft de vraag over wat je er als ondernemer mee moet. Twee regels, klein genoeg om te onthouden.

De eerste: elk getal in jouw tekst komt uit je eigen meting, of uit een bron die je zelf hebt nagekeken. Een getal dat je nergens kunt terugleggen gaat eruit, ook als het lekker leest.

Dat klinkt als een houding en het is gewoon werk. In dit artikel staan drie getallen die niet van mij zijn. Alle drie zijn ze langs die regel gegaan en bij alle drie leverde dat iets op.

22,7 procent. Dat cijfer over AI-gebruik door bedrijven zwerft over tientallen pagina’s rond, meestal zonder bron en soms met net een ander getal. Ik heb het bij het CBS zelf opgezocht. Daar bleek meteen waar het over gaat: bedrijven met 10 of meer medewerkers, gemeten over 2024. De kleinste bedrijven zitten lager. Dat is een ander getal dan “een kwart van de bedrijven gebruikt AI”, wat je overal leest.

232 berichten. Nakijken betekende hier niet of het getal bestaat, maar wat het is. Het is de uitkomst van een detector op 1.812 berichten en geen bekentenis van D66. Dat verandert wat je ermee mag beweren, dus staat het er hierboven ook zo bij.

Het jaar 1998. Dat fragment van Bromet zat bij mij in mijn hoofd als iets uit de jaren 80. Dat scheelt bijna twintig jaar. Een jaartal dat je uit je hoofd opschrijft is precies zo’n getal: het klinkt goed, niemand struikelt erover en het klopt niet. In een stuk dat de premier de maat neemt over controleerbaarheid kan ik het me niet permitteren.

Let op waar het in alle drie de gevallen mis had kunnen gaan. Niet in wat een model of een krant opschrijft, maar in het gemak waarmee je het overneemt en er je naam onder zet. Een getal dat lekker klinkt glijdt sneller je eigen tekst in dan een getal dat je eerst moet opzoeken. Dat is bij Jetten hetzelfde, alleen groter en met een krant die het achteraf naliep.

De tweede regel volgt daaruit: wat je in de ik-vorm opschrijft moet je echt vinden of zelf gezien hebben. Rouw, trots, spijt, een bedankje: dat schrijf je zelf, ook als het krom is. Krom en echt leest beter dan glad en geleend.

Wat hier niet aan klopt

Vier dingen, want dit stuk gaat over eerlijkheid en dan kan ik moeilijk de bezwaren weglaten.

De vergelijking met Bromet is achteraf gekozen. Dat fragment is grappig omdat de mobiele telefoon gewonnen heeft. Niemand speelt een fragment af waarin mensen sceptisch waren over de fax, over Google Glass of over de 3D-televisie, terwijl de spot met de twijfelaars daar precies hetzelfde klonk. Vroeger lachten ze ook om X bewijst dus niets over AI. Het verklaart waarom mensen nu verontwaardigd zijn. Het bewijst niet dat ze ongelijk hebben.

De 232 is een inschatting en geen bekentenis. Pangram is een detector. D66 heeft bevestigd dat er AI gebruikt is en niet dat al die 232 teksten daarvandaan komen. Ik kan dat getal noemen en ik moet er niet op leunen alsof iemand het geteld heeft.

Misschien schuift die grens gewoon mee. Als over vijf jaar niemand meer opkijkt van een condoleance die door een model geformuleerd is, dan was mijn regel over de ik-vorm ook adoptieongemak en geen principe. Dat kan ik niet weerleggen. Ik denk het niet, omdat er een naam onder staat, maar ik weet het niet.

En wij verkopen dit. SiteOptima helpt ondernemers precies op deze manier publiceren, dus ik ben hier niet neutraal in. Lees het stuk met dat in je achterhoofd.

Waar het op neerkomt

De vraag die deze week gesteld wordt is: gebruikte hij AI. Dat is dezelfde vraag als in 1998, toen het ging over of je wel zo nodig bereikbaar moest zijn op straat. Over vijf jaar vraagt niemand het meer.

De vraag die dan nog steeds gesteld wordt is een andere. Waar komt dat getal vandaan? En was dat gevoel van jou?

Kun je die twee beantwoorden, dan hoef je niet te wachten tot het ongemak over is. Dan kun je maandag beginnen.

Veelgestelde vragen

Mag ik mijn LinkedIn-berichten door AI laten schrijven?

Ja, mits je aanlevert wat erin staat. Het verschil zit niet in wie de zinnen typt maar in wie besliste wat het bericht beweert. Lever je je eigen voorbeeld, je eigen cijfer en je eigen oordeel aan, dan is het bericht van jou. Vraag je om een bericht over een onderwerp, dan krijg je wat iedereen krijgt.

Wat deed Jetten dan fout volgens jullie?

Niet het gebruiken van AI. Wat wringt zijn de berichten over de oorlog in Oekraïne, de MH17-herdenking en de excuses aan de Molukse gemeenschap. Bij dat soort teksten is het gevoel zelf het materiaal. Er valt niets aan te leveren, dus er valt ook niets te beslissen. In 41 van de 68 berichten op zijn persoonlijke accounts stond bovendien het woord ik.

Bewijst een AI-detector dat een tekst door AI is geschreven?

Nee. Een detector geeft een waarschijnlijkheid en slaat beide kanten op de plank mis. De Volkskrant deed het zorgvuldig, met bijna 700 berichten van vóór ChatGPT als controle waarvan er geen enkele het label kreeg. D66 bevestigde dat er AI gebruikt is, maar niet dat alle 232 teksten daarvandaan komen. Die 232 is dus een inschatting en geen telling.

Ben ik laat als ik nu pas begin met AI?

Nee. CBS meette over 2024 dat 22,7 procent van de bedrijven met 10 of meer medewerkers AI-technologie gebruikte, bijna 9 procentpunt meer dan een jaar eerder. Bij de kleinste bedrijven, 10 tot 19 medewerkers, was het 17,8 procent. Ruim vier op de vijf is dus nog niet begonnen, terwijl tekstgeneratie in één jaar bijna verdrievoudigde.

Hoe voorkom ik dat er een verzonnen getal in mijn tekst belandt?

Vraag bij elk cijfer in je eigen tekst waar het vandaan komt en accepteer alleen je eigen meting, een factuur, een rapport of een bron die je zelf hebt opgezocht. Dat klinkt streng en het is gewoon één extra vraag per getal. Een getal dat je uit je hoofd opschrijft telt niet als bron: het jaartal in dit artikel zat er bij mij bijna twintig jaar naast tot ik het nakeek.

Klaar om gevonden te worden door AI?

SiteOptima helpt MKB-bedrijven in en rond Eindhoven om zichtbaar te worden in Google én in ChatGPT, Gemini en Claude. Begin met een gratis audit.

Start gratis audit