Ik kan niet schrijven. Dit artikel is toch van mij.
Vroeger huurde je een tekstschrijver in en noemde niemand dat slop. Ik gebruik AI om precies hetzelfde te doen: mijn eigen materiaal, mijn eigen oordeel, iemand anders die het opschrijft. Waarom de vraag "is dit door AI geschreven?" de verkeerde vraag is en welke vraag u wél moet stellen over de teksten op uw site.
Vijftien jaar lang bleef het in mijn hoofd zitten
Ik ben geen schrijver. Dat is geen bescheidenheid, het is gewoon zo. Ik lees veel, artikelen, nieuwsbrieven, video’s over mijn vak en ik heb er meestal een uitgesproken mening over. Wat ik daarna niet kan, is dat omzetten in een tekst die iemand wil lezen. Zinnen die lopen, een opbouw die klopt, een woord dat precies het juiste is: dat is een vak en het is niet het mijne.
Ik ben eerder journalistiek dan talig. Ik verzamel, ik leg verbanden, ik weet vrij snel wat een verhaal is en wat ruis. Maar het opschrijven was altijd de flessenhals. Dus bleef het meeste in mijn hoofd zitten, of in een map met bookmarks die ik nooit meer opende.
Vroeger had dat een oplossing en die oplossing heette een tekstschrijver. Een bedrijf met budget vertelde een copywriter wat het te zeggen had en die maakte er iets leesbaars van. Het idee was van de ondernemer, de formulering van de schrijver en de naam van de ondernemer stond eronder.
Niemand noemde dat slop.
Dat is precies wat ik nu doe, alleen zonder factuur. Ik lever mijn materiaal aan, wat ik gelezen heb, wat ik ervan vind, welke cijfers ik uit onze eigen scans haal en laat het opschrijven. De rolverdeling is identiek aan die van vijftien jaar geleden. Alleen de tekstschrijver is veranderd.
Dus wat is nu eigenlijk het probleem? Moeten alleen mensen die toevallig goed met woorden zijn, iets kunnen publiceren?
Dus wat is slop dan wél?
Sinds “dit is AI-slop” een standaardreactie op internet werd, gaat de discussie bijna uitsluitend over herkomst. Iemand herkent een bepaalde zinsbouw, ziet een gedachtestreepje te veel en scrolt door. De tekst is dan al afgeserveerd voordat iemand zich heeft afgevraagd of er iets in stond.
Er worden daarbij twee heel verschillende dingen door elkaar gehaald.
Het eerste is waarde: een tekst waar niets van de maker in zit, waarin de machine de ruimte heeft opgevuld met wat ze tegen iedereen zou zeggen. Het tweede is textuur: de formuleringen die elk model te vaak gebruikt, het ritme dat na een tijdje herkenbaar wordt. Het overgrote deel van de slop-beschuldigingen gaat over dat tweede, op het oog, terwijl het eerste het enige is wat een lezer werkelijk schaadt.
En dat eerste is ouder dan de chatbots. Wie tien of vijftien jaar geleden op internet zocht, liep tegen precies hetzelfde aan: pagina’s vol tekst die nergens over ging, dezelfde zoekterm vijftien keer in één alinea, hele websites die bestonden om te ranken en niet om gelezen te worden. Dat werd met de hand geschreven, door mensen, tegen betaling per stuk. Het heette keyword stuffing, contentfarms, of gewoon “SEO-teksten”.
Er kwam geen AI aan te pas, want die bestond nog niet. Toch is het exact hetzelfde product: volume zonder inhoud, gemaakt voor een algoritme in plaats van voor een lezer.
Slop is dus geen AI-uitvinding. AI heeft het alleen goedkoper gemaakt en daarmee is de vraag “wie schreef dit?” definitief waardeloos geworden als kwaliteitsoordeel.
Google zegt zelf dat de herkomst niet telt
Dit is geen kwestie van interpretatie. Google heeft het in maart 2024 opgeschreven in zijn eigen spambeleid, onder de noemer scaled content abuse. De kern: het beleid geldt ongeacht of content tot stand komt via automatisering, via mensen, of via een combinatie van beide.
En in zijn richtlijnen over AI-gegenereerde content is Google net zo direct: het gaat om de kwaliteit van de content, niet om hoe die geproduceerd is. AI gebruiken om nuttige content te maken is prima. AI gebruiken om rankings te manipuleren is dat niet, precies zoals dat voor mensenwerk gold.
De vraag is dus niet wie of wat de tekst schreef. De vraag is waarvoor hij geschreven is: om iemand verder te helpen, of om een positie te pakken.
Voor AI-zoekmachines is vage tekst dubbel duur
Hier wordt het voor uw bedrijf concreet, want er is iets veranderd sinds de tijd van de contentfarms.
Toen ging het om tien blauwe links. Een middelmatige pagina kon op plek zeven staan en alsnog bezoekers opleveren. Vraagt iemand nu aan ChatGPT of Gemini “wie is een goede installateur in Eindhoven?”, dan komen er drie tot vijf namen terug. Meer niet.
Zo’n antwoord wordt opgebouwd uit korte, feitelijke beweringen die het systeem uit websites kan overnemen. En daar valt generieke tekst hard door de mand:
- “Wij staan voor kwaliteit, vakmanschap en persoonlijke aandacht”, hier valt niets uit te citeren. Er staat geen enkel feit in.
- “Wij installeren sinds 2011 warmtepompen in Eindhoven en omgeving en doen een vrijblijvende woningopname vanaf €0”, dit kan een AI letterlijk overnemen en doet dat ook.
Dezelfde vraag, dezelfde website, één zin anders. Wat de AI-chat overneemt, is het feit dat er staat. Illustratie van het mechanisme, geen meting. Dezelfde vraag, dezelfde website, één zin anders. Wat de AI-chat overneemt, is het feit dat er staat. Illustratie van het mechanisme, geen meting.
Het verschil zit niet in de schrijfstijl en niet in wie de zin typte. Het zit in of er iets in staat wat alleen dit bedrijf kon zeggen.
In onze scans zien we dit voortdurend terug. We meten per pagina onder meer het aantal woorden, of er herkenbare unique selling points staan en of de toon over de hele site consistent is. Een dienstenpagina van 120 woorden zonder één concreet gegeven scoort slecht op alle drie en dat is geen stijlkwestie: er staat simpelweg te weinig informatie om iemand een beslissing te laten nemen. Wij hanteren als richtlijn 400+ woorden op een dienstenpagina en 500+ op een homepage, met minstens één controleerbaar feit per sectie.
De spiegeltest
De bruikbaarste controle die u zelf kunt doen, kost dertig seconden.
Neem een alinea van uw eigen website. Vraag u af: zou deze alinea er precies zo kunnen staan op de site van mijn naaste concurrent, met alleen een andere bedrijfsnaam erin?
Is het antwoord ja, dan zit er niets van u in. Geen eigen cijfer, geen eigen werkwijze, geen eigen voorbeeld, geen prijs. Dan maakt het inderdaad niet uit of een mens of een machine hem schreef, want geen van beiden heeft er iets ingestopt.
Dat is meteen de reden waarom “laat AI een stuk over mijn bedrijf schrijven” zo vaak teleurstelt. Als het model niets over u weet, vult het de ruimte met wat het over iedereen zou zeggen. Niet omdat het slecht schrijft, maar omdat er niets aangeleverd is om over te schrijven.
Andersom werkt het net zo goed en dat is het punt waar ik zelf sta. Iemand die zijn vak door en door kent maar een hekel heeft aan schrijven, heeft juist het schaarse deel al in huis. De analyse, het oordeel, de voorbeelden uit de praktijk: dat is het moeilijke stuk. De formulering is het makkelijke stuk. Wie tien minuten inspreekt wat hij werkelijk vindt en dat laat ordenen, krijgt zijn eigen verhaal terug. Wie “schrijf een blog over warmtepompen” intypt, krijgt dat van iedereen.
Hoe dit artikel tot stand kwam
Het zou vreemd zijn dit te betogen en er vaag over te blijven, dus: dit artikel is met AI geschreven en zo ging dat.
Alles wat ik lees of bekijk en interessant vind, stuur ik door naar één adres. Het komt terecht in een archief waarin elke bron in dezelfde vorm wordt opgeslagen, met een verwijzing naar waar precies iets stond. Dit artikel begon met een nieuwsbrief van de Amerikaanse schrijver Alex McFarland, die vertelt hoe hij vóór het bestaan van de modellen al slop produceerde voor een paardenracesite: resultaten overtypen, zoekwoorden erin, twaalf tot twintig dollar per stuk.
Vervolgens gaat elke bewering uit zo’n bron langs wat wij zelf doen en meten. Daarna volgt het oordeel: dekken we dit al, is het nieuw, of klopt het niet? Voor dit ene stuk leverde dat tien vastgelegde oordelen op.
Eén daarvan is de reden dat u het hierboven niet terugleest. McFarland bouwt zijn betoog op de stelling dat het woordenboek Merriam-Webster “slop” tot woord van het jaar 2025 koos zonder AI in de definitie te noemen. Dat klopt niet: die definitie noemt kunstmatige intelligentie wel degelijk. Het is precies de zin waar zijn argument op rust en hij is onjuist. Dus is die framing hier niet gebruikt.
Dat is het soort controle dat een model uit zichzelf niet doet. Het is ook precies wat ik bedoel met “er moet iets van jezelf in zitten”: niet dat u elke zin met de hand typt, maar dat u bepaalt waar de machine naar kijkt, wat ze moet natrekken en wat u weigert te publiceren.
Voor artikelen die wij voor klanten maken gelden daarbovenop harde regels: geen verzonnen percentages of statistieken, geen bronvermelding aan een instantie als het CBS tenzij die claim daar daadwerkelijk staat en geen verzonnen adressen, telefoonnummers of klantverhalen. Dat laatste klinkt vanzelfsprekend, maar het is precies waar het misgaat: een verzonnen cijfer staat straks onder de naam van de klant op zijn eigen site. En er gaat niets online zonder dat de klant het gelezen en goedgekeurd heeft.
Dat wordt ook buiten ons vak steeds explicieter. De Europese AI-verordening kent sinds augustus 2026 transparantieverplichtingen voor AI-gegenereerde content, met een uitzondering wanneer een mens redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie. Die regel mikt op teksten die het publiek informeren over zaken van algemeen belang, dus een commerciële bedrijfsblog valt er waarschijnlijk buiten. En sinds augustus 2026 markeert Anthropic de tekst die zijn nieuwere Claude-modellen genereren machinaal leesbaar.
Dat is geen reden om AI te mijden. Het is een reden om te weten wat er onder uw naam verschijnt.
Drie dingen die u deze week kunt doen
1. Doe de spiegeltest op uw belangrijkste pagina. Meestal is dat de homepage of uw drukste dienstenpagina. Streep elke zin weg die net zo goed op de site van een concurrent zou passen. Wat overblijft, is wat u werkelijk onderscheidt. Is dat weinig, dan weet u waar het werk zit.
2. Vervang één vage claim door één controleerbaar feit. Sinds wanneer u bestaat. Wat een traject kost of vanaf welk bedrag. In welke plaatsen u werkt. Hoe lang iets duurt. Dit is dezelfde ingreep die uw kans op vermelding in AI-antwoorden vergroot en waarom juist prijsinformatie zo zwaar weegt, staat in ons artikel over prijstransparantie en AI-citaten.
3. Bepaal wie tekent. Ongeacht hoe een tekst tot stand komt: één persoon leest hem voor publicatie en staat ervoor in. Dat is de goedkoopste kwaliteitsmaatregel die er bestaat en meteen de enige die zowel tegen verzonnen cijfers als tegen nietszeggende tekst beschermt.
Wilt u dat AI-chats uw bedrijf gaan noemen, dan is de bredere aanpak te vinden in onze GEO-handleiding voor het Eindhovense MKB.
Tot slot
De discussie over AI-slop gaat bijna altijd over herkomst, terwijl herkomst het enige is wat noch Google, noch een AI-antwoord, noch uw klant beloont. Wat wél beloond wordt, is een tekst waar iets in staat wat alleen u kon zeggen.
Dat was vijftien jaar geleden zo, toen slop nog met de hand werd geschreven. Dat is het vandaag nog steeds.
Het verschil is dat er nu een hoop mensen mee kunnen doen die vroeger buitenspel stonden. Vakmensen die precies weten hoe iets werkt en dat nooit hebben kunnen opschrijven. Ik ben er één van. Ik vind niet dat publiceren voorbehouden moet zijn aan wie toevallig goed is met woorden, ik vind dat je iets te zeggen moet hebben.
Benieuwd hoe uw teksten er nu voor staan? Vraag een gratis scan aan via siteoptima.nl, we laten zien wat AI-chats nu van uw site kunnen lezen, welke pagina’s te weinig inhoud hebben en waar de snelste winst zit.
Bronnen
- Spam Policies for Google Web Search, scaled content abuse, beleid geldt ongeacht of automatisering of mensen betrokken zijn (maart 2024)
- Google Search’s Guidance on Generative AI Content, kwaliteit telt, niet de productiewijze
- Merriam-Webster’s woord van het jaar 2025: “slop” (aangekondigd 14 december 2025)
- Alex McFarland, “I was writing slop before AI existed”, WriterOps (21 augustus 2026), het uitgangspunt van dit artikel
- EU AI-verordening, artikel 50, transparantieverplichtingen, van toepassing sinds 2 augustus 2026
- How Claude marks AI-generated content. Anthropic over het markeren van door Claude gegenereerde tekst
Veelgestelde vragen
Mag ik mijn websiteteksten door AI laten schrijven?
Ja. Google schrijft letterlijk dat het gaat om de kwaliteit van de content, niet om hoe die geproduceerd is en dat AI gebruiken om nuttige content te maken prima is. Wat wél tegen u werkt, is tekst die op schaal geproduceerd is om rankings te beïnvloeden in plaats van om een lezer te helpen. Dat gold vóór AI net zo hard voor tekst die door mensen in elkaar gezet werd.
Ben ik lui als ik AI mijn teksten laat schrijven?
Niet meer dan een ondernemer die vroeger een tekstschrijver inhuurde. De vraag is wat u aanlevert. Levert u uw eigen ervaring, uw eigen cijfers en uw eigen oordeel aan, dan is het resultaat van u. Typt u "schrijf een blog over warmtepompen", dan krijgt u wat iedereen krijgt en dat is geen luiheid maar een gemiste kans.
Kan een AI-detector aantonen dat mijn tekst door AI gemaakt is?
Detectoren geven een waarschijnlijkheid, geen bewijs en ze slaan beide kanten op de plank mis: zorgvuldig geschreven menselijke tekst wordt regelmatig aangemerkt als AI en omgekeerd. Belangrijker: het is niet waar uw klant of Google op stuurt. Sinds augustus 2026 markeren sommige AI-aanbieders hun eigen uitvoer wél machinaal leesbaar, wat iets heel anders is dan een detector die gokt.
Wat is de spiegeltest precies?
Neem een alinea van uw eigen site en vraag u af of diezelfde alinea, met alleen een andere bedrijfsnaam, ook op de site van uw concurrent zou kunnen staan. Zo ja, dan bevat de tekst niets wat alleen u kon schrijven: geen eigen cijfer, geen eigen werkwijze, geen eigen voorbeeld. Dat is precies wat een lezer en een AI-antwoord allebei overslaan.
Wat moet ik doen als mijn site vol staat met vage teksten?
Begin klein: vervang op uw belangrijkste pagina één vage claim door één controleerbaar feit, sinds wanneer u bestaat, wat een dienst kost, in welke plaatsen u werkt, hoe lang een traject duurt. Dat is meteen de tekst die AI-chats kunnen citeren. Wilt u weten waar uw site nu staat, vraag dan een gratis scan aan via siteoptima.nl.
Klaar om gevonden te worden door AI?
SiteOptima helpt MKB-bedrijven in en rond Eindhoven om zichtbaar te worden in Google én in ChatGPT, Gemini en Claude. Begin met een gratis audit.
Start gratis audit →